10 september 2011

Beim schlafengehen




In een nostalgische bui is het heel goed luisteren naar de prachtige cyclus "Die vier letzte Lieder" van Richard Strauss. Hij schreef deze aan het eind van zijn leven, in mijn geboortejaar 1948. Vooral "Beim schlafen gehen" roert mij altijd diep en daarin het kleine melancholieke stukje voor viool en orkest in het bijzonder.

3. "Beim Schlafengehen"

("Bij het slapengaan") (Tekst: Hermann Hesse)
Nun der Tag mich müd' gemacht,
soll mein sehnliches Verlangen
freundlich die gestirnte Nacht
wie ein müdes Kind empfangen.
Hände, laßt von allem Tun,
Stirn, vergiß du alles Denken.
Alle meine Sinne nun
wollen sich in Schlummer senken.
Und die Seele, unbewacht,
will in freien Flügen schweben,
um im Zauberkreis der Nacht
tief und tausendfach zu leben.
Nu de dag mij heeft moe gemaakt,
wens ik smachtend
mijn vriend de sterrennacht
als een dommelend kind te ontvangen.
Mijn handen, ik laat ze niets meer doen
mijn kop mag alle denken laten.
Al mijn zinnen willen nu
zich sluimerend laten wegzinken.
En onbewaakt wil mijn ziel
in vrije vlucht gaan zweven
om in de toverkring der nacht
diep en duizendvoud te leven.
Gecomponeerd op 4 augustus 1948

Geen opmerkingen: